Riding the koshi

Verslag van de stage met Sensei Yamashiro door Francesco Melita

(koshi= heup)

Het week-end met sensei Yashimoro heeft diepe indruk op me gemaakt. Het waren niet zo zeer grote opzienbarende nieuwe dingen, maar de manier waarop hij les gaf, zijn intense en inspirerende betrokkenheid bij de stof en zijn vermogen om ieder kleinste detail te benoemen en toe te lichten waarom nou je grote teen bij een bepaalde trap omhoog moet wijzen, die indruk op mij maakten.

De opbouw van de les was goed doordacht. Hij legde uit dat de buitenkant van je voeten recht moet zijn en parallel aan elkaar. Om dit te bereiken moeten je voeten licht naar binnen wijzen. Hij wees ons er op dat er veel mensen waren die naar de grond keken tijdens een oefening. Zodra je de grond ziet, laat dit als een bel voor je zijn: ik ben verkeerd bezig. Steeds omhoog en recht voor je uit kijken. Ook bij het leggen van je gewicht op je voorvoet werd uitgebreid stilgestaan. Dat je je moet voorstellen dat je een 100m loper bent en in de startblokken staat. Als je gewicht op je hiel is, kom je niet snel uit de startblokken.
Vervolgens besteedde hij veel aandacht aan de ‘koshi’ (de heup). Dat alle bewegingen vanuit de koshi dienen te geschieden. De koshi komt eerst en dan de beweging. Hij noemde het ‘riding the koshi’ en kon dat ook prachtig demonstreren. Ook legde hij veel nadruk op de ademhaling en dat je de kapitein moet zijn over je eigen lichaam. Dat doe je door je te focussen op je ademhaling en je tanden. Daardoor krijgt je beweging een ziel.

Op een gegeven moment waren we erg veel aan het bewegen met te oppervlakkige ademhaling. Hij zei: het is net alsof de soldaat al vertrokken is en de koning achterblijft. De koning komt eerst, eerst de ademhaling, dan je tanden, dan de beweging. Om dit te bereiken liet hij ons staan in mukzo. Met ogen dicht staan, je focussen op je ademhaling, aandacht naar je tanden.
Zijn advies: doe mukzo, iedere keer als je merkt dat je een soldaat bent en geen koning, dat je je ziel vergeten bent en alleen in je hoofd zit.
Op de tweede dag werden al deze punten nog een keer herhaald, maar deden we ook een oefening in tweetallen:
We deden een oefening waarbij je tegenover elkaar moest staan en tegelijkertijd een jodan aanval moest doen, een rechte stoot naar het hoofd, de een moest een stap naar achter doen terwijl de ander naar voren bewoog en omgekeerd. Het doel was op elkaar afstemmen. Zorgen dat er contact is. Dat je de ander kan aanvoelen.

En toen een aantal mensen vreselijk fanatiek van start ging moest ie erg lachen, onderbrak de oefening en zei: jullie willen toch vrienden worden?
Tenslotte legde hij de nadruk dat Goju-ryu karate nooit uitgaat van een eerste aanval. Als je geconfronteerd wordt met een aanvaller laat je hem eerst door je houding en door zonder woorden met hem contact te maken, je geestelijke kracht zien. Als de ander niet aanvalt, dan is het goed, je gaat uit elkaar, dat is de geest van Budo. Pas als de aanvaller toch aanvalt ga je weren en tegenaanvallen.

Hij was ook erg onder de indruk van een windmolen die hij gister bezocht had. Hij zei: jullie hebben deze prachtige windmolen bedacht. Je hebt mooie, sterke en grote lichamen. Ik ben jaloers op jullie. Je hebt kracht, je hebt inzet en door veel te oefenen zul je ook leren ‘to ride your kushi’.
Een heerlijke karateleraar

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.